Inleiding

De Werken van Barmhartigheid, een mystagogisch parochieproject voor jongeren
Inleiding door Wiel Smeets

Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op. Ik was naakt en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij. Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe (Matteus 25: 34-37). 

Als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het (Tobit 1,17).

In de periode 2011-2014 namen 3 groepen scholieren deel aan een diaconaal proefproject van de parochies Voerendaal en Kunrade rond de Bijbelse Werken van Barmhartigheid.[1] In een werkgroep - bestaande uit de pastoor, de jongerenwerker, enkele vrijwilligers en mijzelf - werd stapsgewijs onderzocht hoe met een dergelijk project zoveel mogelijk spirituele diepgang zou kunnen worden bereikt. Na 3 jaar uitproberen, evalueren en bijstellen, ontstond een programma met bezoeken aan een justitiële jeugdzorginstelling, een voedselbank, een uitvaartcentrum, een kledingbank en avonden met vrijwilligers van de Zonnebloem en vluchtelingenwerk. De jongeren maakten op deze wijze kennis met hedendaagse mensen die zich inzetten voor ‘gevangenen’, ‘hongerigen en dorstigen’, ‘doden’, ‘naakten’, ‘zieken’ en ‘vreemdelingen’. Ze deden zelf ook aan vrijwilligerswerk voor deze sociale groepen. De start van het project bestond o.a. uit het aanreiken van het Bijbelse kader van het project en ter afsluiting was er een bezinningsavond met een creatieve verwerking.

Dit project is eigenlijk een schoolvoorbeeld geworden van wat ik in het boek ‘Verleiden tot God’ benoem met de vakterm ‘mystagogisch jongerenwerk’. Daarvoor reik ik twee vuistregels aan:

- Zorg ervoor dat er een verleidingsstrategie is - een extra stimulans voor jongeren om aan het project deel te nemen.

- Zet het programma zo op dat de jongeren zich kunnen spiegelen aan christelijke spiritualiteit. Hieronder leg ik uit hoe deze vuistregels dit project mede hebben bepaald.


De MaS als verleidingsstrategie
De genoemde parochiewerkgroep was al enkele jaren actief met als doel om spirituele jeugdactiviteiten op te zetten, vooral voor jongeren die in deze parochies het vormsel hadden gedaan. In deze parochies doen elk jaar weer zo’n 40 jongeren mee aan een programma voor de vormselvoorbereiding dat wordt begeleid door jongerenwerker Marcel Mollink. Dit vormselprogramma bestaat uit een mooie mix van o.a. bezinningsactiviteiten en excursies.[2] Bij de vervolgactiviteiten bleek het moeilijk om eenzelfde niveau te halen qua inhoud van het programma en duurzaamheid van de groep deelnemers. Het waren vooral losstaande incidentele activiteiten (bijvoorbeeld samen kijken naar een speelfilm) met wisselende deelnemers per keer. Hoe verleid je dergelijke jongeren ertoe om een schooljaar lang deel te nemen aan een spiritueel parochieproject?[3]

Jongeren hebben het druk, ook in hun vrije tijd. Een interessant programma alleen is meestal onvoldoende om hen te verleiden om deel te nemen. Daar komt nog eens bij dat parochies bepaald niet populair zijn bij de meeste jongeren. Vandaar dat er een extra stimulans nodig is, bijvoorbeeld door er als parochie voor te zorgen dat een project door scholen wordt erkend als onderdeel van het onderwijscurriculum, in dit geval voor de Maatschappelijke Stage (MaS).[4]

Sommige deelnemers aan het proefproject werd gevraagd: ‘zeg eens eerlijk, zou je hebben deelgenomen als het niet ook voor school was geweest’? De meeste jongeren gaven aan dat ze een bezoek aan een jeugdgevangenis nog wel in hun vrije tijd hadden gedaan, maar de andere activiteiten waarschijnlijk niet. Achteraf constateerden de deelnemers zonder uitzondering dat ze het een leuk en zinvol project hadden gevonden en dat ze geen van de activiteiten hadden willen missen. Op een enkeling na bleven ze aan activiteiten deelnemen, ook nadat ze hun verplichte 30 MaS-uren al lang en breed hadden besteed. Kortom: de MaS is bij dit project een zeer geschikte verleidingsstrategie gebleken.


Spiegelen aan christelijke spiritualiteit
Toepassing van de tweede vuistregel, spiegelen aan christelijke spiritualiteit, maakt projecten als deze mystagogisch. Eerst maken de jongeren op ervaringsniveau kennis met een christelijke geloofspraktijk; daarna wordt deze ervaring verhelderd. Voordat ik inga op hoe de tweede vuistregel is toegepast bij dit project, eerst iets over de theologische vakterm mystagogie.


Mystagogie
‘Mystagogie’ is een samentrekking van ‘mysterie’ en ‘(ped)agogie’. Het betekent dan ook letterlijk: het begeleiden (agogie) van mensen wat betreft het Geheim van hun leven. Oorspronkelijk komt de term uit de voorchristelijke Griekse cultuur. De eerste Kerkvaders namen de term over, vooral met betrekking tot onderricht. Een belangrijk element bij hun ‘mystagogische catechese’ was dat de sacramenten van het doopsel en de eucharistie eerst werden voltrokken en pas daarna werden uitgelegd.

Eigenlijk is deze volgorde – eerst de ervaring, dan de uitleg - de meest logische als het gaat om begeleiding bij diepe levenservaringen. Zo heeft het bijvoorbeeld niet heel veel zin om een jongere uit te leggen wat verliefdheid is als deze die ervaring nog nooit heeft gehad. Maar vreemd genoeg is deze volgorde, in de loop van de tijd, omgekeerd. In de catechismusbenadering ging het om cognitieve uitleg van geloofsstellingen. Als reactie daarop ontstond in de jaren 1960 de ervaringscatechese die de eigen ervaringen van jongeren centraal stelde en als uitgangspunt nam. Een probleem van deze benadering was wel dat het vaak wat gekunsteld en geforceerd was om de ervaringen van jongeren vervolgens te koppelen aan christelijk geloof of de Bijbel. Een mystagogische benadering vermijdt dit probleem door de jongere uit te nodigen om ervaringen op te doen met christelijk geloof. Daarna is het de taak van de begeleider om de opgedane ervaringen te helpen verhelderen, bijvoorbeeld door, zoals Socrates, de juiste vragen te stellen.

Een duidelijk voorbeeld van een mystagogisch jongerenproject, dat ik bespreek in ‘Verleiden tot God’, is een kloostermidweek voor PABO-studenten. Als onderdeel van hun opleiding (vuistregel 1) nemen de studenten deel aan christelijke geloofspraktijken zoals gebedsdiensten, vieringen en Bijbellezing (vuistregel 2). Daarna vinden er verhelderende groepsgesprekken plaats. In dat boek bespreek ik ook enkele diaconale jongerenprojecten waarin er mystagogisch wordt gewerkt. Een voorbeeld daarvan is een ontmoeting tussen zorgstudenten en apostolische religieuzen waarbij beiden elkaar vertellen over hun motivaties om een menslievend beroep uit te oefenen. De religieuze getuigt daarbij van God als haar Inspiratiebron. Dit getuigenis is het element van spiegeling aan christelijk geloof (vuistregel 2). De jongere wordt op deze wijze uitgenodigd om haar eigen motivaties te verhelderen door zich te spiegelen aan een christelijk perspectief.


Het parochieproject ‘de zeven werken van Barmhartigheid’
Het parochieproject ‘de zeven werken van Barmhartigheid’ zou je als ‘diaconaal-mystagogisch’ kunnen typeren. Net als bij het zojuist genoemde voorbeeld gaat het in de kern om het verhelderen van de motivaties van jongeren om aan anderen goed te doen door spiegeling aan getuigenissen van mensen die zich gemotiveerd weten door God, Jezus, Maria, de kerk. Hoe krijgt deze spiegeling gestalte in dit project?

- Bij de startbijeenkomst is de jongerenwerker de spiegel. Deze geeft niet alleen informatie over het project, maar legt ook uit wat parochiemensen als zij of hij spiritueel motiveert om de barmhartigheidwerken gestalte te geven. De twee Bijbelfragmenten klinken bij deze startbijeenkomst als christelijk kader van deze motivaties.

- Bij het bezoek aan het uitvaartcentrum worden de jongeren geconfronteerd met de dood. O.a. bij wijze van nazorg is er na afloop een nazit die eindigt met een groepsgesprek over de vraag: ‘Is er Leven na de Dood?’.[5] Het moment van spiegeling is hierbij dat dit groepsgesprek wordt ingeleid door een video waarin argumenten worden aangedragen voor het christelijk geloof in leven na de dood. Bij de deelname aan de Allerzielenviering doen de leerlingen ervaringen op met christelijke rituelen rond de dood en het geloof in een nabestaan. De ervaringen die de leerlingen bij deze activiteiten hebben opgedaan worden achteraf verhelderd doordat de begeleider hen uitnodigt om, per mail, een aantal vragen te beantwoorden.

- Bij de ontmoetingen met mensen van de Voedselbank, Vastenaktie, Amnesty International, de Kledingbank, Zonnebloem en Vluchtelingenwerk vraagt de begeleider deze vrijwilligers steeds naar hun motivaties. Daar waar het bij deze mensen gaat om christelijke motieven, kunnen de jongeren zich daaraan te spiegelen. Achteraf vindt er weer verheldering plaats doordat de begeleider hen uitnodigt om, per mail, een aantal vragen te beantwoorden. Bij de creatieve slotbijeenkomst worden al deze ervaringen ook nog eens op belevingsniveau verhelderd.


Evaluatie en perspectieven
Bij de evaluatie van dit proefproject is gebleken dat het voor alle betrokkenen zeer geslaagd was: voor de deelnemers (zoals gezien), voor de parochiemedewerkers alsook voor de MaS- coördinatoren van de scholen. Vanuit de parochie gezien, was het vooral verheugend dat jongeren iets hebben mogen ervaren van wat Jezus bedoelde met barmhartigheid: de innerlijke vreugde van goed doen aan de naaste. Vanuit de scholen gezien, was het zeer geslaagd omdat de jongeren bij dit project in contact zijn gekomen met verschillende sociale groepen en niet alleen vrijwilligerswerk hebben gedaan, maar ook werden uitgenodigd tot reflectie over hun eigen motieven.

De scholen hebben aangegeven dat ze met dit project verder willen, ook als de overheidsfinanciering van de MaS stopt. Ondertussen ben ik vanuit mijn adviesbureau ook in gesprek met verschillende partners om te bezien of dit project op andere manieren aan een onderwijscurriculum gekoppeld kan worden. Daarbij valt te denken aan het vakgebied ‘burgerschapseducatie’, de sociale stage van antroposofische scholen of een educatief programma voor jongeren die gestopt zijn met een MBO-opleiding, maar nog wel leerplichtig zijn.

 


[1]De inzet van mijn adviesbureau (www.smeetsadvies.nl) werd financieel mogelijk gemaakt door enkele katholieke fondsen. De didactische uitwerkingen van een aantal bijeenkomsten zijn voortgekomen uit MaS-proefprojecten in Maastricht, financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Katholiek Steunfonds Onderwijs Maastricht.

[2]Voor meer informatie zie: http://www.parochie-kunrade.nl/index.php/jongerenpastoraat.

[3]Verleiden versta ik dan als de ander over een drempel heen helpen om in te gaan op een heilzaam aanbod.

[4]Parochievrijwilligerster mw. Evelien Severens werd bij de werkgroep betrokken vanwege haar eerdere ervaringen met MaS in deze parochies. Zij heeft met MaS-coördinatoren van middelbare scholen in de omgeving afspraken kunnen maken waardoor deelname aan dit project kon gelden als MaS.

[5]Volgens de gangbare theorie van geloofsontwikkeling zouden jongeren van deze leeftijd (15, 16 jaar) nog niet in staat zijn om hun eigen visies te vormen over levensvragen als deze. Interviews van Marcel Mollink met vormelingen laten echter zien dat deze jongeren (van zelfs nog een jaar jonger) wel degelijk eigen antwoorden op levensvragen formuleren, met name ook op de vraag ‘geloof je in leven na de dood?’. Zie voor een analyse van 120 van deze interviews www.smeetsadvies.nl > artikels > ‘Geloofsontwikkeling bij de jeugd van tegenwoordig’.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt